Acht jaar met een elektronische petroleumkachel
Ik gebruik al vele jaren een elektronische petroleumkachel. Anders dan een traditionele petroleumkachel verbrandt hij niet gauw onvolledig met een vieze geur tot gevolg, en hoeft hij ook niet, zoals sommige modellen, handmatig te worden aangestoken — hij is volledig automatisch en bovendien zuinig met stroom.
Het enige ongemak is waarschijnlijk dat u periodiek petroleum moet bijvullen (met een jerrycan naar CPC, de staatsoliemaatschappij van Taiwan, om losse petroleum te kopen). Maar zodra u eraan gewend bent, is er vermoedelijk geen weg terug naar de traditionele elektrische verwarming of andere methoden.

De extra veiligheidsvoorzieningen ten opzichte van een traditionele petroleumkachel
Behalve dat hij geurloos is, heeft de elektronische petroleumkachel nog veel voordelen die traditionele petroleumkachels missen:
- Wanneer er te weinig zuurstof in de ruimte is, dooft hij de vlam automatisch.
- Wanneer hij een te hoge of afwijkende temperatuur detecteert, schakelt hij zichzelf eveneens automatisch uit.
- Bij een schok of wanneer het apparaat niet waterpas staat, dooft hij de vlam eveneens automatisch.
- Drie uur na het inschakelen schakelt het apparaat zichzelf automatisch uit en dooft de vlam, tenzij u de verlengfunctie indrukt.
Kortom, er zijn allerlei veiligheidsmaatregelen ingebouwd om ongelukken tijdens het gebruik te voorkomen. Toen ik hem net in huis had gehaald, had ik in de kamer zelfs nog twee extra koolmonoxidemelders opgehangen, voor het geval van vergiftiging. Toch zijn de melders al die jaren nog nooit één keer afgegaan.
Waarom ik hem destijds koos
Er was één hoofdreden waarom ik voor een elektronische petroleumkachel koos: de airconditioning in mijn kamer is geen inverter-model dat zowel koelt als verwarmt, maar een traditioneel toestel met vaste toerentallen dat alleen koelt. Zodra de winter aanbreekt, wordt de kamer dus erg koud.
Omdat ik destijds de airconditioning niet wilde vervangen, probeerde ik andere soorten verwarmingsapparatuur, bijvoorbeeld een traditionele elektrische kachel in het stopcontact. Toevallig verbruikte die elektrische kachel niet alleen veel stroom (met een nominaal vermogen van 1.600 watt), maar ging hij ook al op de derde dag na aankoop kapot. Nadat ik hem had geretourneerd, heb ik veel informatie opgezocht en uiteindelijk besloten een elektronische petroleumkachel te proberen.
Made in Japan: pas na acht jaar de eerste storing
Dit product — de elektronische petroleumkachel — wordt hoofdzakelijk in Japan gefabriceerd. Men zegt dat Japanse spullen duurzaam zijn, en dit toestel heb ik acht jaar gebruikt voordat het voor het eerst werkelijk kapotging, wat echt heel opmerkelijk is.
Nadat ik 4.000 Taiwanese dollar had uitgegeven om de vergassingskamer te vernieuwen, lijkt hij weer helemaal springlevend! (Wat er precies mis was met die vergassingskamer — het onderdeel dat het “hart van de kachel” wordt genoemd —, heb ik apart beschreven in “Het hart van de kachel: de vergassingskamer van een elektronische petroleumkachel en het onderhoud ervan”.)