Undersampling, oversampling en Drizzle
De vorm van een ster weerspiegelt eigenlijk de mate waarin de pixels van de camera en de brandpuntsafstand van de telescoop bij elkaar passen. Precies dat samenspel is de “sampling”, en zowel te grof als te fijn laat sporen na op de sterren. Dit artikel behandelt undersampling (under sample), oversampling (over sample) en Drizzle, dat van pas komt wanneer u undersampled bent.
Sampling aflezen aan de sterren: blokjes vs. opgeblazen sterren
Eenzelfde camera vertoont, gekoppeld aan systemen met verschillende brandpuntsafstanden, totaal verschillend ogende sterren:

- Undersampling (under sample): bijvoorbeeld het Ha-kanaal van een FSQ-106 — omdat de CCD-pixels relatief te groot zijn, worden de sterren blokvormig (blocky star).
- Oversampling (over sample): het L-kanaal van diezelfde camera op een CDK24 — daar worden de sterren juist heel opgeblazen (bloated star).
Deze twee zijn de twee tegengestelde uitersten van een mismatch tussen de pixelgrootte van de camera en de brandpuntsafstand van het systeem.
Drizzle: het detail terughalen dat door undersampling verloren ging
De blokvormige sterren die door undersampling ontstaan, kunnen met Drizzle Integration worden verbeterd. Maar Drizzle kunt u niet zomaar overal gebruiken; het kent drie voorwaarden:
- Er moeten genoeg frames zijn.
- De gegevens zelf zijn undersampled (under sample).
- Bij het opnemen is er geditherd (Dither).

Er is nog een aandachtspunt bij de bediening: voordat u de Drizzle Integration van PixInsight gebruikt, moet u eerst één keer Image Integration draaien, zodat Drizzle over de juiste basisgegevens beschikt.
Een veelvoorkomend misverstand: grote sterren in het L-kanaal zijn niet per se een samplingprobleem
Meteen even een vaak verkeerd begrepen verschijnsel ophelderen. Een medeliefhebber had, na de overstap naar een monochroomcamera, de indruk dat de sterren in het L-kanaal steeds groot bleven en zelfs bij het draaien aan de focusser niet merkbaar kleiner werden, en dacht daarom dat er een scherpstel- of samplingprobleem was. Ik heb gegevens van twee verschillende systemen vergeleken — één set oversamplede gegevens van een CDK 17″, één set undersamplede gegevens van een TOA130, allemaal losse opnamen van vijf minuten.

Het resultaat laat zien: afgezien van het feit dat het luminantiekanaal (L) meer energie heeft, zijn de sterren daar in werkelijkheid niet veel groter dan die in de RGB-kanalen, en de PSF van de LRGB-sterren behoort in principe tot hetzelfde type. (Vermeldenswaard: in de eerste set behoorden de Ha- en de LRGB-sterren juist tot verschillende types.) Dat de L-sterren groot lijken, komt dus vaak alleen doordat hun signaal sterk is en ze na het stretchen opvallen — niet per se door een sampling- of scherpstelprobleem.
