Moord door nalaten: overpeinzingen naar aanleiding van een nieuwsbericht over een oudere met dementie
Bij sommige nieuwsberichten gaan we er bij het lezen altijd van uit dat het “andermans zaak” is. Pas wanneer zoiets werkelijk dicht bij u gebeurt — bij iemand die u kent — beseft u ineens dat dat soort dingen echt kan gebeuren.
Een hartverscheurend voorval
Er was een bejaard echtpaar, beiden zwaar dementerend, dat door hun volwassen kinderen alleen op het platteland was achtergelaten. In het dagelijks leven lieten de kinderen enkel iemand maaltijden bezorgen; vrijwel alle overige zorg bleef achterwege. Door hun dementie konden de twee hun dagelijks leven niet meer zelf redden, en zo raakte ook hun woonomgeving gaandeweg in verval.
Met het Chinees Nieuwjaar kwamen de kinderen wel terug voor een gezamenlijke maaltijd, maar ze maalden er niet om en meenden elk dat de zorg voor de ouders de verantwoordelijkheid van de anderen was. Sommigen opperden zelfs om zonder meer het Bureau voor Sociale Zaken (de plaatselijke instantie voor maatschappelijk welzijn) in te schakelen om de twee ouderen in een instelling te laten plaatsen.
Later kwam een van de twee bij ongeluk ten val, raakte gewond en overleed, terwijl de ander — vanwege de dementie — niet wist dat de levensgezel aan zijn zijde was heengegaan en dus ook geen manier had om hulp in te roepen. Pas toen een buur aanvoelde dat er iets niet in de haak was en naar binnen ging om te kijken, ontdekte men dat een van de ouderen al dagen dood was, terwijl de ander zo, helemaal alleen, aan diens zijde de wacht had gehouden, zonder dat iemand voor hem zorgde. Pas toen haastte de buur zich om de kinderen te waarschuwen.
(De oorspronkelijke beschrijving bevatte heel wat beelden die je nauwelijks kunt aanzien; hier heb ik me bewust ingehouden en enkel de contouren van het gebeurde behouden.)
Ook “niets doen” kan een vorm van schade zijn
In het recht bestaat een begrip, het “omissiedelict” (een delict gepleegd door nalaten). Eenvoudig gezegd: wanneer iemand de plicht heeft een ander te beschermen en te verzorgen, maar — hoewel hij in staat is te handelen — ervoor kiest dat niet te doen en die ander daardoor schade berokkent, dan kan dit “niets doen” op zichzelf tot juridische aansprakelijkheid leiden.
Ouders tegenover hun minderjarige kinderen, en volwassen kinderen tegenover ouders die hulpbehoevend of dementerend zijn — beide dragen, zowel juridisch als ethisch, een zekere plicht tot onderhoud en zorg. Wanneer die plicht, opzettelijk of uit onachtzaamheid, terzijde wordt geschoven en men de situatie laat verslechteren, dan wordt dat gevolg — “geen hand uitgestoken en toch schade aangericht” — niet zomaar opgeheven met “ik heb toch niets gedaan”.
Juist hierin ligt wat mij bij dit bericht lange tijd niet tot rust liet komen: wat werkelijk fataal is, is vaak niet één of andere heftige daad, maar langdurige onverschilligheid en het afschuiven van verantwoordelijkheid.
Een paar dingen om ter harte te nemen
Dementie laat het cognitieve vermogen van een mens ernstig achteruitgaan, tot bijna het punt waarop hij volledige zorg van anderen nodig heeft. Dit is geen kwestie van “hij wil met opzet niet meewerken”, maar de wreedheid van de ziekte zelf. Dit te begrijpen is het uitgangspunt van de zorg.
Ik heb ook altijd geloofd dat wanneer een gezin ertoe komt zijn ouderen op een bijna “opgesloten” manier te behandelen, daarachter meestal een bloedband schuilgaat die zich over vele jaren heeft opgehoopt en ten slotte is geworden als die tussen vreemden. Emotionele vervreemding ontstaat niet op één dag, maar de gevolgen die zij met zich meebrengt, kunnen zo zwaar wegen dat ze niet meer goed te maken zijn.
Daarom moeten karaktervorming en de juiste houding ten aanzien van de zorg voor ouderen echt van jongs af aan worden bijgebracht. Dit is niet alleen om de ouderen, maar ook opdat de volgende generatie begrijpt: zorg en gezelschap zijn nooit verantwoordelijkheden geweest die men kan uitbesteden of op iemand anders kan afschuiven.